Over Harm Mobach

Harm Mobach (1929) studeerde, na zijn HBS-opleiding, af aan de Rijksbelastingacademie te Rotterdam en begon aansluitend aan een loopbaan bij de Belastingdienst. Van surnumerair (Van Dale: ‘boventallig aangesteld ambtenaar’) met de persoonlijke titel van Adjunct-inspecteur van ’s Rijks belastingen, klom hij op tot de rang van hoofdinspecteur-titulair (Van Dale: ‘men voert de titel zonder de door de titel aangeduide functie te bekleden’).
Andere opleidingen: candidaatsexamen notarieel en fiscaal recht, Universiteit van Amsterdam (1965) en doctoraal examen fiscaal recht, Universiteit Leiden (1966). In 1967 aan de Universiteit Leiden benoemd tot wetenschappelijk hoofdmedewerker in het belastingrecht, alwaar hij jarenlang het onderwijs voor de toekomstige fiscaal-juristen verzorgde.
In 1984 bevordering tot universitair hoofddocent, in 1986 gevolgd door een aan hem verleend eervol ontslag. Daarna zelfstandig werkzaam als publicist en als belastingadviseur. Was in de jaren tachtig tevens fiscaal columnist in de Volkskrant en verbonden aan de Leidse rechtswinkel.
Van 1970 tot 1995 was hij hoofdredacteur en co-auteur van de Cursus Belastingrecht (Wolters-Kluwer). Ter gelegenheid van zijn afscheid als hoofdredacteur ontving hij van zijn mede–auteurs en Wolters-Kluwer een liber amicorum, getiteld Mobach-bundel.
In 1979 werd hij lid van een staatscommissie, ingesteld door de Minister van Financiën en de Minister van Arbeid en Sociale Zaken in de Nederlandse Antillen, met de opdracht onderzoek te doen naar de publieke heffingen en sociale zekerheid in de Nederlandse Antillen en daaruit voortvloeiende wetsontwerpen voor te bereiden.
In 1993 benoemd tot raadsheer-plaatsvervanger in het Gerechtshof te ’s-Hertogenbosch, welke functie hij tot zijn pensionering in 1999 uitoefende.
Verder was hij o.a.
– kroonlid van het College Algemene Bijstandswet;
– lid van de Commissie Oort (rapport: Zicht op eenvoud, 1986);
– lid van de Commissie-Polak, die in 1989 advies uitbracht over herziening van de Wet tot regeling van de rechtsbijstand aan on- en minvermogenden (WROM);
– lid van de Commissie Cultuur en Belastingen (rapport: Hoog aanslaan, laag belasten, 1999);
– lid van diverse (begeleidings)commissies en werkgroepen, in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw ingesteld door het Ministerie van CRM/WVC in het kader van onderzoek naar de sociaal-economische positie van kunstenaars.
In 1994 werd hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje-Nassau.
In 1999 ontving hij van ‘Uitgeverij Kluwer Fiscale en Financiële Uitgevers’ de zogeheten Hofstra-penning, hem o.a. toegekend voor zijn publicaties waarin hij – in de bewoordingen van jury-voorzitter Prof. J.W. Zwemmer – ‘het opnam voor de eenvoudige belastingplichtige, die dreigt te worden vermalen door een overheidsapparaat dat voor de belastingheffing zo langzamerhand slechts is ingesteld op de omgang met fiscale schriftgeleerden.’
Naast zijn werkzaamheden op fiscaal gebied kunnen ook zijn langjarige activiteiten als jazzkenner en -liefhebber worden genoemd. In de jaren vijftig schreef hij recensies in de bladen Rhythme en Luister en maakte hij deel uit van de jury tijdens door de AVRO georganiseerde jazzcompetities. In de jaren zestig was hij onder meer betrokken bij de instelling van de Wessel Ilcken-prijs en mede-oprichter van de Stichting Jazz in Nederland. In 1969 publiceerde hij het rapport Jazz voor radio en televisie. Van 1970 tot 1990 was hij producer van het NCRV-radioprogramma Jazztime. Nadien werkte hij nog regelmatig mee aan jazzprogramma’s voor lokale radiozenders. In Jazz bulletin, het orgaan van het Nederlands Jazz Archief, verschenen diverse historisch getinte bijdragen van zijn hand.