Ter overdenking 311

Om over na te denken
Als je niet buiten roken kunt, ga dan buiten roken.

Stelling
Naast een rookverbod zal ook een verbod op overmatig parfum- en aftershavegebruik in de horeca een verademing zijn. E.M. Te Poele – Universiteit Groningen

– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –

‘Het roken’, zegt een zalm te Zetten,
‘van pijptabak of sigaretten
of af en toe van een sigaar
is ethisch wel verdedigbaar.
Maar óver de morele schreef is
het roken van rivier- en zeevis.’
Uit: Het Grote Beestenfeest van Kees Stip

 ‘Rook doet leven’
Martin van Amerongen was een hartstochtelijk sigarenroker. Hij kon enorm tekeer gaan tegen wat hij de niet-rokers-Gestapo noemde. Zijn essay ‘Rook doet leven’ is niet alleen een hooglied op de sigaar, maar ook een vurig pleidooi voor het recht op zelfbeschikking van de roker. Hij ontkent niet de medeverantwoordelijkheid van de roker voor zijn niet-rokende medemens. Hij weet dat het dagelijks nuttigen van yoghurt veel gezonder is dan roken. Maar hij is bereid de tol van de tabak te betalen. Want: “Voor alles moet in het leven een zekere prijs worden betaald, van het kopje koffie tot de Hema-rookworst, van de reutelend genoten ochtendcabalero tot de avondlijk genoten fles Château Grands Sillons Gabachot 1998. Schaf het allemaal af en je haalt moeiteloos en vreugdeloos de honderdtwintig. “ (de auteur stierf overigens op zijn zestigste aan slokdarmkanker)
Voor sigarettenrokers had Van Amerongen weinig begrip. Die omschreef hij als “de lompenproletariër van het café met de vergunningen A en B. Hij is een, ronduit gezegd, egocentrisch stuk protoplasma, zich kuchend en rochelend door de wereld bewegend, onderwijl naar alle richtingen een geelgroenachtige slijmafscheiding sproeiend. Probeer de sigarettenroker niet omwille van de leefbaarheid van het gemeenschappelijk werkvertrek tot enige matiging te bewegen. Hij verandert ter plekke in een karikatuur van zichzelf, tot alles bereid als daar dat ene verlossende nicotineshot op de longen tegenover staat. De sigarettenjunk is, als hij niet enigszins door zijn omgeving wordt beteugeld, de schimmel op de samenleving, hij is de vuurvretende terrorist van de tweedeklassecoupé, hij is de adembenemende gesel van het eersteklasserestaurant, hoestend en proestend de kus des doods gevend aan de geserveerde spijzen en wijnen.”

Categorieën:Overdenkingen