Paul Acket Musicus zonder instrument

acket-paul-%c2%a6-portret

Foto: H.W. van Westering

Paul Acket (1922-1992) organiseerde al op de middelbare school (het Christelijk Lyceum te Hilversum) concerten in de Gooise contreien. In 1942 begon hij met het schrijven voor het muziekmaandblad Tuney Tunes. In 1949 werd hij daar de eerste vaste redacteur. Ook werkte hij mee aan het in 1949 opgerichte jazzblad Rhythme. In 1951 ging hij met Frits Versteeg de redactie verzorgen van het nieuwe muziekblad Luister. In die tijd begon Acket ook concerten te organiseren met de Dutch Swing College Band. In 1952 start hij het Impresariaat Paul Acket en haalt hij trompettist Dizzy Gillespie naar Nederland. In januari 1956 richt hij het maandblad Muziek Expres op, dat in de jaren zestig uitgroeide tot het grootste popblad van Nederland. Hij wordt dan tevens eigenaar van Tuney Tunes, dat een jaar later wordt omgedoopt tot Popfoto. In oktober 1966 vindt voor de eerste maal het Newport Jazz Festival plaats in Rotterdam. Een maand later treden in Den Haag en Amsterdam beroemde Amerikaanse musici op die deel uitmaken van Norman Granz’ Jazz at the Philharmonic.

In 1974 verkoopt Acket zowel Muziek Expres als Popfoto aan Uitgeversconcern VNU.
Met de opbrengst begint hij in 1976 met de organisatie van het North Sea Jazz Festival, dat jaarlijks in het Nederlands Congrescentrum in Den Haag wordt gehouden. Het zou zijn levenswerk worden. In de jaren 1976-1992 breidt het festival zich uit van 6 naar 13 podia; van 9000 naar 60.000 bezoekers; van 300 naar 1000 artiesten.
In 1982 wordt Paul Acket benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje-Nassau. In 1992 wordt hem in Miami, Florida, de IAJE Presidents Award toegekend vanwege zijn belangrijke rol van 40 jaar ondersteuning en promotie van de jazzmuziek (International Association of Jazz Educators).
In 1992 overlijdt Paul aan de gevolgen van longkanker op 69-jarige leeftijd. Op 18 juni 1993 wordt, op het Churchillplein, vlakbij het Nederlands Congresgebouw in Den Haag, een eik geplant en een gedenksteen onthuld, aangeboden door personen en bedrijven die Den Haag promoten. In juni 1994 vindt daar de onthulling plaats van het bronzen portret van Paul Acket, vervaardigd door Auke Hettema, in opdracht van de gemeente Den Haag. Op die dag wordt ook het boek Paul Acket Musicus zonder instrument uitgereikt aan vrienden en relaties.
In dit boek, samengesteld door dochter Karin Acket, komen daartoe uitgenodigde personen aan het woord waarmee Paul samenwerkte. Dit resulteerde in een compilatie van verhalen, anekdotes en illustraties waarmee Paul op zo’n bijzondere manier verbonden was. Zoals echtgenote Jos Acket in het voorwoord opmerkt: “De herkenning zal bij veel generatiegenoten een glimlach oproepen.”
Mijn bijdrage aan het boek kreeg als motto Muziek per ongeluk. Onder die naam verzorgden Michiel de Ruyter en ik in Muziek Expres een rubriek, waarin de muziek- en platenbusiness op de hak werd genomen.

Muziek per ongeluk
De meest frequente contacten met Paul had ik in de jaren vijftig. Dat was de periode waarin hij voor het eerst de groten van de jazz naar Nederland haalde (met als concurrent Lou van Rees). Het improviseren beperkte zich niet tot de bühne. Wanneer er zowel in Den Haag als in Amsterdam een concert plaats vond, waren er soms transportproblemen. Ik mocht dan in een gehuurde auto enkele musici van het Kurhaus naar het Concertgebouw vervoeren. Dat was de tijd dat de beroemdheden nog geen last hadden van ster-allures. In die tijd startten Paul en Jos ook Muziek Expres. Ik heb nog een enkel nummer en wat knipsels. Een citaat uit de rubriek 1000 nieuwtjes in 100 woorden: In februari wordt in het gezin Bob van Oven (DSC-bassist) de ooievaar verwacht… Peter Schilperoort maakte vorige maand ’n lelijke val bij het optuigen van de Kerstboom; zo moest Peter de kerstdagen op bed doorbrengen….
In hetzelfde nummer klaagt Pia Beck over haar fans die het nodig vonden tijdens haar optreden met klapperpistooltjes te gaan werken. Fascinerende lectuur. Ik werkte mee aan de rubriek Muziek per ongeluk, een poging tot milde satire. Zo beschreef ik onder de kop Mia is back de terugkeer van ‘s werelds grootste musicienne uit de Verenigde Staten. De Nieuw-Amsterdam werd getrokken door de sleepboot Gigolo 3; na afmering zong de menigte haar Mia leaps in toe. Paul zorgde voor een passende foto en voegde aan de lijst van musici waarmee de vedette had gespeeld nog toe: Soekarno (the President). Daar belde hij dan wel eerst over op (grinnikend: ‘dat vind je wel goed, hè’).
Het was een bijzondere samenwerking, waaraan ik geen geld maar wel veel plezier overhield. Je moest wel steeds stipt op tijd zijn; te laat mocht ook, mits je dat vooraf meldde.
Waar we verder veel vreugde aan beleefden was het woordgebruik en de presentatie van Pete Felleman Jr. Voor minder ingewijden: ik behoor tot de generatie die bijvoorbeeld de nu legendarische opnamen van het Miles Davis Nonette uit 1949 voor het eerst hoorde bij Felleman’s programma Swing & Sweet from Hollywood and 52nd street, waarvoor ik hem nog steeds erkentelijk ben. Ik had de stijl van de commentator, die het warempel niet aan pep en pit en punch ontbreekt, grondig bestudeerd en het Felleman-idioom kon in Muziek per ongeluk dan ook ruimschoots aan bod komen. Zo werd zijn overstap van Hilversum naar radio Luxemburg (de zakelijk zoemende zender) besproken onder het motto Rumoer rond radiostad, Culemborg krijgt curieus commentator. Paul zorgde weer voor illustratie en onderschrift: Each Day is Fellentijn’s Day. Those were the days…

Acket, Paul ¦ Rumoer - volledig artikel.jpg

Bron: Paul Acket Musicus zonder instrument – Samenstelling Karin Acket; redactie Joke Meerman; Engelse vertaling Liesbeth Nieuwenweg – Den Haag: Internetfestivals 2004

Categorieën:Jazz