Ter overdenking 70

Ook in de zogenaamde platte meetkunde wordt nog steeds opmerkelijke vooruitgang geboekt.
Ik signaleerde de volgende vondst:
Men komt tot rondjes om de kerk wanneer men kans ziet om de kerk in het midden te laten. (T.M. Pal, Rijksuniversiteit Groningen).

 .

De (s)cryptogrammen in de Volkskrant en NRC/Handelsblad wisten vorige week veel actualiteit te verwerken:
Veluwse boer die in godsnaam dan maar op landbouw overgaat: PANIEKZAAIER.
Was het aanzoek op de hofvijver niet, de opmerking over Videla’s brief wel: UITGLIJDER.
Hang naar een fatsoenlijk stukje vlees: BURGERZIN.
Drank stemt ons vorstenhuis verdrietig: ORANJEBITTER.

KERKELIJKE HERINNERINGEN (zie ook nr. 339)

In Pijnacker en omgeving is het verkeerstechnisch een rotzooitje. Ik tref regelmatig bordjes aan met ‘belijning ontbreekt’. Deze waarschuwing bracht een term in herinnering die vroeger ’s zondags bij ons in zwang was. Tijdens het koffiedrinken werd soms met voldoening vastgesteld dat de preek ‘belijnd’ was geweest, wat – dit voor de niet-ingewijden – een compliment voor de dominee inhield. Een hogere kwalificatie was: “Hij heeft zeggingskracht” of “Hij wist beslag op de mensen te leggen”.
Wanneer een populaire predikant ‘van buiten’ voorging moesten we eerder dan gebruikelijk in de kerk zitten. Indien bleek dat de banken zich inderdaad sneller dan normaal vulden, stelde mijn moeder met voldoening vast: “Het begint al te lopen…’. En het pleit voor mij dat dit toen bij mij geen enkele banale associatie opriep.
Tot de zondagen die ik mij concreet herinner behoort 10 mei 1942. We vroegen ons af of de dominee het zou wagen iets te zeggen over de inval van de Duitsers, op die dag precies twee jaar geleden. Dat was geen eenvoudige opgave, want een predikant moest steeds rekening houden met de aanwezigheid van NSB-ers in de kerk. Pas later heb begrepen hoe scherpzinnig de oplossing van Ds Hoek was. Bij het begin van de dienst nodigde hij de gemeente uit Psalm 79, vers 7 te zingen, met de toevoeging: “alleen de eerste vier regels”. De tekst luidt:

 Ai hoor naar hen, die in gevang’nis kwijnen;
Laat hun gekerm voor Uw gezicht verschijnen;
Bevrijd hen, die, gedreigd met doodsgevaren,
Op Uwe hulp met smeekend’ oogen staren.

Daarna stopte het orgel, de gemeente was ontroerd, maar las natuurlijk ook even de rest van het psalmvers:
Vergeld den wreeden smaad,
Waarmee des nabuurs haat
Uw mogendheid dorst schenden;
Geef hun, o Opperheer,
Dit zevenvoudig weer;
Zie neer op onz’ ellenden.
Dat loog er niet om! Of dit theologisch allemaal verantwoord was laat ik in het midden (de zgn. wraakpsalmen [1] werden eigenlijk nooit gezongen), maar het geheel gaf ons – in eigentijdse termen – toch een enorme kick, waaraan ik met voldoening terugdenk.

[1]           Voor de leek, zie bijv. psalm 137, vers 5: “…Gelukkig hij, die u terneer zal slaan, Uw kinderkens zal grijpen, o gij trotschen, En wreedelijk verplett’ren aan de rotsen”. Het zal je maar toegezongen worden!

Categorieën:Overdenkingen