Ter overdenking 90

REVIANA (vervolg)
Koning Albert mocht de Prijs der Nederlandse Letteren niet aan Gerard Reve uitreiken. De Vlaamse minister van cultuur stak daar een stokje voor in verband met het onbeschofte gedrag van Reve’s levenspartner Joop Schafthuizen. Ook speelt daarbij mee dat Schafthuizen verdacht wordt van ontuchtige handelingen met een jongen van dertien (deze toonde op verzoek zijn pielemuisje, aldus bekende Schafthuizen aan journalisten). Na de affaire Dutroux ligt dit natuurlijk zeer gevoelig in België en de Vlaamse bewindsman laat niet na in gesprekken met journalisten zijn gelijk te halen.
Toch zijn veel gezaghebbende Vlaamse en Nederlandse schrijvers woedend op de Belgische autoriteiten. Van alle protesten vond ik die van Reve’s uitgever (hij woonde destijds in Pijnacker, twee huizen van ons vandaan) het scherpst geformuleerd. Die tekst (in Trouw van 22 november 2001) verdient het te worden bewaard. Ik citeer:
“Open brief aan de Vlaamse minister van cultuur Bert Anciaux:
Gisteren zou koning Albert de Prijs der Nederlandse Letteren uitreiken aan Gerard Reve. Er is geen enkele goede reden waarom die plechtigheid niet heeft plaats gehad. Ik weet dat Gerard Reve het buitengewoon op prijs zou hebben gesteld die literaire onderscheiding uit handen van de koning te ontvangen. Ik weet dat Joop Schafthuizen er alles voor over zou hebben gehad om dit eerbetoon aan Gerard mogelijk te maken. Ik weet dat hij bereid zou zijn geweest niet ten paleize te verschijnen. Ik weet dat er over elke andere modaliteit voor een waardige bijeenkomst te praten zou zijn geweest. U hebt die weg niet bewandeld. Niet één keer hebt u de auteur mer respect bejegend door hem of zijn levenspartner rechtstreeks te benaderen.
Niet één keer hebt u contact gezocht met mij, zijn uitgever, om de gang van zaken te bespreken. Niet één keer hebt u zich bij de auteur verontschuldigd voor het vernederend gerommel rond de prijsuitreiking. U hebt een andere weg gekozen. U hebt een beslissing genomen zonder alle rechtstreeks hierbij betrokken partijen te raadplegen. Pas toen u het koninklijk eerbetoon had afgeblazen, hebt u de vraag naar andere mogelijkheden opgeworpen. En dat is, ten opzichte van alle hoofdpersonen, verregaand incorrect. U hebt met dit alles een literaire prijs die uw bescherming verdient van alle glans ontdaan. Uw terecht protesterende Vlaamse auteurs probeert u nu de oren te wassen. Ik meen dat uw waskracht in eigen gelederen gewenst is. Behalve uw koning hebt u een vorst onder de schrijvers én ons allemaal een groot moment in de Nederlandse letteren onthouden.
Amsterdam, Robbert Ammerlaan, directeur van De Bezige Bij.

 Een waardige reactie. Sterk was ook het betoog van Boudewijn Büch bij Barend en van Dorp. Hij wees erop dat vroeger een schrijver louter om zijn oeuvre kon worden bekroond, zonder dat diens eventuele misstappen, laat staan die van een ‘levenspartner’, daarbij een rol speelden. Een bekend voorbeeld is de dichter Gerrit Achterberg (op de middelbare school wordt uiteraard gesproken over Gerrit Achterwerk). Hij ontving in 1949 de P.C. Hooft-prijs. Tien jaar later, nadat hij intussen zijn hospita had vermoord en nog twee andere moordaanslagen had gepleegd, werd hem voor zijn totale werk nog eens de Constantijn Huygensprijs toegekend. Niemand die daar bezwaar tegen maakte. Toen speelden de media kennelijk nog geen rol van betekenis.
Nog wat Reviana:
– In de jaren zestig sprak Gerard Reve over Harry Mulisch als ‘de gemotoriseerde relletjesvoyeur’.
– De P.C. Hooftprijs omschreef hij als ‘de Nobelprijs voor Nederland en Koloniën’.
N.B. Gerard kreeg de P.C. Hooftprijs in 1969, Karel van het Reve (door Gerard steeds aangeduid als ‘mijn geleerde broer’) in 1981.
– Groot zal de teleurstelling in Nederland zijn wanneer straks een Belg de winnaar wordt van het Groot Dictee der Nederlandse Taal, omdat hij weet dat je pielemuisje met een n schrijft.
– Humor waar je een compleet etmaal mee toe kan, ligt besloten in de opmerking die Gerard Reve zich tegenover de dichter Jean Pierre Rawie liet ontvallen: “In grote lijnen ben ik het wel met God eens…”.

Categorieën:Overdenkingen