Ter overdenking 92

De Beatles zijn al weer voor de helft bij elkaar
(De krekels in NRC/Handelsblad)

Taalvirtuoos
Ivo de Wijs was in Delft het publiek behulpzaam bij het vervaardigen van sinterklaasgedichten. Zijn vaardigheid bewees hij door op verzoek binnen enkele minuten het volgende gedicht over de stad te schrijven:
Op Delft
Er zijn ook vrouwelijke Pieten
Die zijn zeer aangenaam gewelfd
Sint kan daar wel van genieten
Zo, dit was mijn rijm voor Delft
Vanmorgen constateerde de presentator van ‘Vroege Vogels’: “De humus ligt op straat”. 

Taalgoochelaar
Het taalgebruik van Van Agt moet af en toe nog eens worden gememoreerd. In een aflevering van Andere Tijden werd aandacht besteed aan de affaire Menten uit de jaren zeventig. Naar het oordeel van de Tweede Kamer had Van Agt, die toen minister van Justitie was, een paar steken laten vallen. Nadat besloten was dat Menten moest worden vervolgd stelde men namelijk de arrestatie om onduidelijke redenen nog vier dagen uit. Het resultaat was uiteraard dat de vogel toen gevlogen was. In de Tweede Kamer wilde men weten waarom het Openbaar Ministerie, waarvoor Van Agt verantwoordelijk was, zo traag had gehandeld. De reactie van de minister bestond uit mistige volzinnen, waarop Marcus Bakker opnieuw en op luide toon vroeg: “Waarom is op donderdag besloten om de arrestatie op maandag te laten plaatsvinden?”
Het magistrale antwoord van de bewindsman: “Als ik niet weiger een vraag te beantwoorden en ik beantwoord hem toch niet dan kan de verklaring daarvan geen andere zijn dan dat ik het niet weet.”
Ik heb deze passage op video driemaal afgedraaid om zeker te zijn dat ik letterlijk zou citeren. Voor vergelijkbare zinnen, zie Bomans’ ‘Pieter Bas’, het hoofdstuk “Handelingen der Staten Generaal, zitting 18 december 1918”. Verrukkelijk proza!

____________________________________________________________________

NRC/Handelsblad plaatst op de achterpagina regelmatig korte verhaaltjes waarbij kinderen zijn betrokken. Hierna een geslaagd voorbeeld. Auteur: Hens de Sitter.

Parkje
Wat bomen, rododendrons, een paar paadjes, meer niet. Maar op een dag komen de kinderen uit school met verhalen. Dat hij opeens uit de bosjes kwam, dat hij een lange jas had die hij opendeed, en toen.
“We kunnen moeilijk achter iedere boom een agent zetten, mevrouw”, zegt de politie. “Maar we houden hem in de gaten.”
De vaders dreigen dat ze het recht in eigen hand zullen nemen. De moeders organiseren ophaalbeurten.
Ondanks die inspanningen ziet de moeder van het achtjarige meisje meteen dat er iets niet in orde is als haar dochtertje thuiskomt. Nu komt het aan op tact en wijsheid. “Vertel het me maar, schat.”
Met een snik roept ze woedend: “Nou hebben ze hem allemaal al gezien, behalve ik.”

Categorieën:Overdenkingen