Ter overdenking 133

De benaming ‘stoptrein’ is tegenwoordig een pleonasme
(stelling E. Kwakkel, Universiteit Leiden)

– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –

Turks gezegde: Beter een hele euro dan een halve maan
Uit ‘Terzijde’(Vrij Nederland 07-12-02)

– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – — – – – – – – – – – – – –

Leve de Statenbijbel!
In Trouw maakt uitgeverij Narratio reclame voor het boek BeeldSpraak, geannonceerd als
‘de bijbel naverteld voor jonge mensen (15-35 jaar) in hun taal en met herkenbare beelden. Om zelf te lezen of voor gebruik in liturgie, kerkenwerk, onderwijs en vorming’.
Wat ik weet van deze uitgave, ontleen ik aan de bespreking in Trouw (04-12-02). Een paar citaten uit de recensie: “Het boek ligt lekker zwaar in de hand. Een beetje bladeren leert dat we hier te maken hebben met een bijbel voor de zapgeneratie, de echte bijbel is ‘een lange zit’. (…) Verschillende van de BeeldSpraakschrijvers zijn in het dagelijks leven ‘verhalenverteller’; ze verdienen (een deel van) hun brood op het randje van podium en kansel. Vergelijk ze met Ter Linden, ook een theatrale bijbelverteller. Bij hem zul je nooit de volgende zinnen vinden: “Shit, nu gaan ze me vertellen dat ze een vent voor me hebben uitgezocht” (Exodus). Of: “Doe iets God, organiseer desnoods een demonstratie”(Psalm 10) (…) Je moet ervan houden zullen we maar zeggen. Maar naast de smaakkwestie zijn er andere bedenkingen. In zijn keus voor populair taalgebruik kleunt BeeldSpraak weleens mis. “Mijn ziel is verzadigd van rampen” weergeven als “het leven is klote” is niet alleen onwelvoeglijk, maar ook vlakjes . En als de dichter in Psalm 61 uitschreeuwt “Mijn hart bezwijkt” (vertaling Ned. Bijbelgenootschap) is dat toch echt iets anders dan “O God, ik zit weer in een dip”.”
Ik laat het bij deze gruwelijke citaten. Gelukkig herinnerde Trouw mij op dezelfde pagina waarop die advertentie voor BeeldSpraak stond, aan Jan Wolkers’ lofrede op de Statenbijbel [1]. Wolkers was dezer dagen met premier Balkenende eregast van bisschop Muskens, die in Middelburg het 150-jarig bestaan vierde van zijn bisdom. Citaat uit Trouw (06-12-02): “In De Hoeksteen zitten de katholieke bisschop, de gereformeerde premier en de afvallige schrijver gebroederlijk naast elkaar op de voorste bank. “Als u paus wordt, word ik katholiek”, fluistert de, ooit gereformeerde, auteur in het oor van de monseigneur. (…) In de uitnodiging van het bisdom wordt Wolkers optimistisch aangekondigd als een ‘actieve gelovige’. “Dat lijkt me een drukfoutje van de duivel”, verklaart de schrijver, die het geloof afzwoer op het moment dat het tot hem doordrong dat hij straks ‘zestig miljoen jaar in de hemel moest zitten naast mevrouw Buisman’.”
Fragmenten uit Wolkers’ toespraak, waar hij sprak over het bijbellezen door zijn vader. “Als hij voorlas spatten de vonken van de hittigheid van de toorn van God over de lege borden en schalen alsof hij met de bijl op de wetsteen bezig was. En hij liet ons zo welsprekend de zinderende hitte van de woestijn beleven waar het volk Israëls doorheen moest trekken op weg naar het beloofde land, dat we er maar al te vaak het zand van in onze andijvie vonden en als hij voorlas over Christus die over de zee wandelde kon ik niet anders dan achter hem aan lopen over het stevige ijs van mijn kinderlijk geloof. (…) Toen een oom tijdelijk bij ons kwam inwonen, een guitige godloochenaar die van spotten en zotten aan elkaar hing en volgens mijn vader dan ook reddeloos verloren was maar die daar allerminst onder gebukt scheen te gaan, en er voorgelezen was uit Genesis 19, over Lot die met wijn dronken gevoerd wordt door zijn dochters die vervolgens ongewenste intimiteiten met de oude heer plegen, zei hij tegen mijn vader, nog voordat het ‘Wel mag het u bekomen’ geklonken had, terwijl hij zijn onbeschaamde blik over mijn oudste zusters liet glijden die al behoorlijk begonnen te welven, ‘Je zal toch maar zo tegen het middernachtelijk uur als je je net hebt nedergevlijd om een uiltje te gaan knappen van je bloedeigen dochters een verrukkelijk glaasje wijn aangereikt krijgen.’ Getergd keek mijn vader hem aan, maar veel erop te zeggen had hij niet. Het stond immers open en bloot in de Heilige Schrift. (…)
Wat wisten mijn katholieke vriendjes van al die verwikkelingen tussen Jacob en Laban, van de beproevingen van Job en de barre verlatenheid van de aarde toen de geest Gods over de wateren zweefde? Niets. Het ontbrak hen aan de rijke fantasie die wij dank zij de Statenbijbel hadden…”.

[1]           Titel van dit prachtige essay: Op de vleugelen der profeten; opgenomen in de bundel Tarzan in Arles. Ook te vinden in Wolkers’ verzamelde essays De schuimspaan van de tijd, uitg. de Bezige Bij.

Categorieën:Overdenkingen