Ter overdenking 134

Fragmenten uit: Zelfportret Louis van Dijk (HP/De Tijd 11-12-02)
(…)

Aan wie ergert u zich?
Ik hou ervan om me lekker te ergeren. Een van de dingen waar ik me lekker aan erger zijn de nachtuitzendingen van de Eigenaardige Omroep. Vooral Bart Bazuin; je gelooft je oren soms niet. ik beschouw religie als iets edels, maar als ik hem hoor, lijkt het net alsof hij God verkoopt bij een haringstal.

Lijkt u op uw moeder?
Ja, ik heb haar exuberantie, lichte ontroering en emotionele incontinentie. 

Wat zijn uw dagdromen?
Heel ordinair: miljonair zijn. ”Geld is niets meer en niets minder dan gemunte vrijheid,” zei Gerard Reve fraai, maar ook terecht.
(…)

Bidt u wel eens?
Nee, alleen als de nood erg aan de man is. Toen bij mijn eerste vrouw kanker was geconstateerd, heb ik een paar keer gebeden. Tevergeefs.

Heeft u ooit een mystieke ervaring gehad?
Ik heb een enorme hang naar mystiek, ben er ook op uit geweest, maar er gebeurde geen bal.
(…)

Waar schaamt u zich voor?
Mijn onontkoombare zelfzuchtigheid.
(…)

Wanneer heeft u voor het laatst gehuild?
Ik huil veel. Soms drie keer per dag. Net nog, bij het horen van Bach; zijn muziek gooit me zo verschrikkelijk ondersteboven: het gevoel dat ik word weggeblazen. Zelfs nu ik erover praat schiet ik weer vol.
(…)

Als u iets aan uzelf kon veranderen, wat zou dat dan zijn?
Ik zou mijn faalangst willen elimineren om in het openbaar Mozart, Bach en Beethoven te spelen. Dat doe ik alleen thuis. 

Hoe onspant u zich?
Uit eten gaan. Ik vind een goed restaurant het leukste theater dat ik ken.
(…)

Wat is uw grootste liefde?
Johann Sebastiaan Bach. Die onontkoombaarheid, hij is overweldigend. Maar ik heb ook heilige jaloezie: dat iemand met emmers tegelijk heeft gekregen waar ik maar een vingerhoedje van heb ontvangen.

Gelooft u in God?
God gelooft in mij.
(…)

– – – – – – – – – – — – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –

Reddeloos (bron: de-bassist-die-erbij-was)
Louis van Dijk raakte onlangs tijdens een schnabbel in een onmogelijke situatie. In gesprek met een autoriteit, zegt hij met het glas in de hand:
“Kijk eens naar dat lelijke wijf dat daar aankomt”, waarop de hotemetoot zegt:
“Dat is mijn vrouw”, waarna Louis de zaak tracht te redden met:
“O nee, ik bedoel die daarnaast…”, waarop de aangesprokene reageert met:
“Dat is m’n dochter.”

Categorieën:Overdenkingen