Ter overdenking 137

Debatteren is een kunst
Het verkiezingsdebat van zondag j.l.(12-01-03) verliep ‘keurig’, maar de vonken spatten er niet af. Ik heb het boekje De kunst van het debat door debattrainer Peter van der Geer er nog eens op nageslagen en vastgesteld dat er nog vaak gezondigd wordt tegen wat daarin heet ‘de tien geboden voor een politiek debat’. Jammer was bijvoorbeeld dat humoristische momenten ontbraken, iets waar zelfs de monotoon sprekende Wim Kok nog wel eens voor zorgde. Zo wordt in genoemd boekje een discussie tussen Kok en Bolkestein in herinnering gebracht, een debat waarin Bolkestein zijn opponent met een scherpe vragenreeks confronteerde. Kok wist deze aanval onderkoeld te pareren met: “Ik vind het al een grote winst dat u vanavond zo geïnteresseerd bent in dit onderwerp”, wat hem zowel gelach als applaus opleverde. Ik heb de permanent ratelende jeugdouderling Balkenende nog niet op een vergelijkbare subtiliteit kunnen betrappen.
De Britten zijn, denk ik, nog steeds de besten in slagvaardig debatteren. Churchill hield ooit een gloedvol betoog over de Maagdeneilanden. Een Lagerhuislid rook zijn kans om de premier te ontregelen en interrumpeerde met: “Has the Prime Minister any idea where the Virgin Islands are situated? “, waarop Churchill geen moment aarzelde en zei: “Quite far from the Isle of Man!”
            Voor vrolijkheid in het Lagerhuis zorgde ook Labourleider Neil Kinnock. Toen hem in 1992 werd verweten in tien jaar twee keer radicaal van mening te zijn veranderd over Europa, kreeg hij de lastig te beantwoorden vraag ‘to cite one instance in which he has been consistent in the last twenty years’. Zijn antwoord was vernietigend: “I entered this house twenty years on the same day as the honourable member. At that time I thought he was a jerk [1]. I still think so.”
            Dergelijke kwalificaties worden in het Nederlandse parlement overigens niet getolereerd. Ze komen tegenwoordig wel in de Handelingen te staan (zie Ter overdenking 122), maar de voorzitter dringt er dan bij de spreker op aan zich anders uit te drukken. Zo zou volgens Peter van der Geer een parlementariër die een collega niet voor leugenaar mocht uitmaken, zichzelf aldus hebben gecorrigeerd:“Het tegendeel van de waarheid heb ik zelden pregnanter onder woorden zien gebracht”. Dit zou een zin uit Bomans’ Pieter Bas kunnen zijn, maar ik heb het boekje er niet op nageslagen.

Bill Clifford: mislukte komische opera
Over Bomans gesproken, pas geleden is zijn libretto voor de opera Bill Clifford ontdekt. Omdat ik lid ben van het Godfried Bomans Genootschap, kreeg ik het toegezonden. De tekst stelt weinig voor.
Geestig is wel de inleiding van Bomans voor het programmaboekje.
Hij spreekt over “een operazanger (die) in een staat van uiterste opgewondenheid verkeert en de reden hiervan aan de zaal overlaat. Meestal heeft de zaal hier moeite mee. De toeschouwer immers ziet een corpulent en niettemin in een rood fluweel gestoken heer van middelbare leeftijd in de armen van een eveneens wat gevorderde dame zinken, waarna beiden in tranen uitbarsten en tot overlijden besluiten. Het motief hiervan is niet duidelijk en hoeft het ook niet te zijn. Ten eerste weet de zaal zeer wel, dat tijdens de pauze deze ongelukkigen enige verversingen tot zich nemen, maar ten tweede, en dit is belangrijker, ligt de oorzaak zo ver verwijderd van het effect, dat het zoeken naar enig verband moet worden prijsgegeven. De reden waarom een pittoreske ploert in het derde bedrijf plotseling ‘ha, ha’ zingt, hiermede een zekere monterheid te kennen gevend, is niet meer te achterhalen. Ruim een uur geleden heeft hij, ondersteund door dertig strijkers, twee fagotten en een trombone, vermoedelijk iets gezegd dat hierop slaat, maar het publiek weet dit niet meer. Het doet er ook niet toe. Het gaat in de opera niet om het wat, maar om hoe.”
Bomans was zich terdege bewust van de zwakte van zijn ‘komische opera’. Ik citeer uit het programmaboekje:
“De intrige van het spel is zwak, de motivering troebel en de handeling onoverzichtelijk. Ik begrijp er zelf niet veel van. Kortom, het is een ideale tekst voor een opera.”
Zelden zijn mijn bezwaren tegen de opera als kunstvorm treffender verwoord.

[1]           Van Dale: jerk = lul(letje), zak

Categorieën:Overdenkingen