Ter overdenking 244

Voor D66 is de toestand altijd hetzelfde: hopeloos maar niet ernstig.
(redactie NRC Handelsblad 4 februari 2006)

– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –

CULTUURCLASH
De rellen over de Mohammed-cartoons escaleren. In het Midden-Oosten worden Deense en Noorse ambassades bestormd. In Nova mocht de leider van de Arabisch Europese Liga (AEL), Abou Jajah, uitleggen waarom hij op zijn website twee antisemitische tekeningen heeft geplaatst. Op een van die tekeningen is Hitler te zien die het bed deelt met Anne Frank. Niet uit te sluiten valt dat we nog meer onsmakelijks kunnen verwachten.
Vrijheid van meningsuiting tegenover de onaantastbare heiligheid van de Profeet. Dat is nu het dilemma. Een enkele grap was trouwens wel leuk. Zoals die van de zelfmoordenaars die in de rij staan om zich bij hun Allerhoogste te melden. Het Opperwezen zegt dan vanaf zijn wolk: “Heren, wat kalmer aan. Wij zijn door onze maagden heen.” Zoals S. Montag (=Henk Hofland) dit weekend in NRC Handelsblad (04-05-06) schreef: “Cartoonisten worden niet meer au serieux genomen als ze niet van tijd tot tijd andermans God te grazen nemen.” Hij noemt zichzelf ironisch “een verklaard voorstander van de vrijheid van meningsuiting, maar met een goed geheugen. Daardoor weet ik – aldus Hofland – dat het ons een halve eeuw heeft gekost om de toestand te bereiken die we nu voorbeeldig vinden.” Hofland herinnert zich dat toen in 1956 de beroemde film Et Dieu Créa la femme (met Brigitte Bardot) werd uitgebracht (Engelse titel: And God created Woman) boven de ingang van de Nederlandse bioscopen stond te lezen: en … schiep de vrouw. “Om God te beschermen hadden de autoriteiten Zijn naam door drie Puntjes vervangen. Het was – aldus Hofland – ook de tijd waarin een vrouw die op overspel was betrapt in Staphorst door de gelovigen op een mestkar werd gezet en door het dorp gereden. In Gelderse gemeenten braken ’s zomers onlusten uit. Je had er wel zwembaden maar die waren op de dag des Heren gesloten.”
Dit weekend moest ik ook weer denken aan het satirisch programma Zo is het toevallig ook nog eens een keer. In 1964 raakte de natie in grote opwinding toen Peter Lohr een gebed tot het televisiebeeld had uitgesproken. Ik heb het boekje Pays Bah er nog eens op nageslagen. Het was een – voor die tijd zeer gewaagde – parafrase op het Onze Vader, met als provocerend slot: “Geef ons heden ons dagelijks programma, wees met ons, o Beeld, want wij weten niet wat wij zonder u zouden moeten doen.” Het werd bijna burgeroorlog. In die tijd werden er nog geen kogelbrieven verstuurd; men stopte uitwerpselen in de brievenbus. Han Lammers in Pays Bah: “De minister-president, de heer Marijnen, kan men beschouwen als de gangmaker van de algemene hysterie. Op zondagavond 5 januari gaf hij een verklaring uit, waarin hij meedeelde dat de bewindsman van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen, de heer Bot (vader van de huidige minister van Buitenlandse Zaken, H. Mo.), zon op maatregelen om herhalingen te voorkomen. Hij overwoog, zei hij, ‘ernstige maatregelen’ en stelde de VARA een termijn van drie dagen voor het vervaardigen van een verweerschrift.”
Van preventief overheidsingrijpen is het overigens nooit gekomen. Wel zagen Mies Bouwman en Herman Wigbold zich genoodzaakt politiebescherming aan te vragen. Hun huizen werden bewaakt en de kinderen van Mies Bouwman werden door de politie naar school gebracht.
Een opmerkelijk irenisch commentaar leverde de Amsterdamse studenten-moderator, pater Van Kilsdonk (destijds ook bekend als kater van pilsdonk want hij lustte ze wel). Hij zei o.m.: ”Er gaat bijna geen weekend voorbij of Nederland wordt overspoeld door een zondvloed van kerkelijke uitzendingen, zichtbaar of hoorbaar. De gelovige moge er even bij stilstaan wat deze overvolle ether betekent voor de niet-gelovige. Iemand die de ongelovige juist als ongelovige au serieux neemt, en voor één moment in zijn huid kruipt, kan zijn net- en trommelvliezen horen suizen van onbehagen over de onechte pretentie waarmee veel geloof aan de man wordt gebracht […]. De onkerkelijken hebben in dat opzicht een waar evangelisch geduld opgebracht.”
Dat geduld was in januari 1964 even op. Zo’n tien jaar later werd het item Beeldreligie door de IKON herhaald. Het maakte geen enkele vermeldenswaardige reactie meer los. Andere tijden, andere zeden. Vandaag worden er bij Mies Bouwman geen drollen meer door de brievenbus gegooid.
Wel kreeg Geert Wilders dit weekend per e-mail veertig doodsbedreigingen. Verdere stimulering van deze hype zou mensenlevens kunnen gaan kosten. Een normale discussie lijkt zinloos: twee culturen die elkaar willen heropvoeden. Eén vindt dat geweld mag worden gebruikt. Dat wordt dus niets.

Categorieën:Overdenkingen