Ter overdenking 248

Leve Reve
In De Avonden worden de laatste tien dagen van 1946 beschreven vanuit de beleving van de kantoorklerk Frits van Egters. Ik ben het boek pas in de jaren vijftig gaan waarderen. De herkenning van wat tegenwoordig ‘de thuissituatie’ zou worden genoemd, heeft mij toen geraakt. Maar door de onovertroffen humor waarmee de oudejaarsavond 1946 werd beschreven, ben ik er toch niet somber van geworden. Een paar citaten (blz. 273 en 277):

“ – Kijk, zei zijn moeder. Ze stond voor het gasstel en wees achter zich op het aanrecht.
– Bedoel je die fles? vroeg hij. Er stond een fles met een donkerrode vloeistof. Op de hals zat een oranjekapsule. Hij trad naderbij. – Wat is dat? vroeg hij. – Ik heb een fles wijn gekocht voor vanvond, antwoordde ze, een aantal oliebollen uit de braadpan wippend. – Dat is prachtig, zei Frits. Hij nam de fles bij de hals op. Er zat een blauw etiket op met een gele rand.
– Bessen-appel, las hij zacht. Bessen-appel, zei hij bij zichzelf, bessen-appel. Help ons, eeuwige, onze God. Zie onze nood. Uit de diepten roepen wij tot u. Verschrikkelijk.
– Moeder, zei hij. – Ja muis, antwoordde ze. – Moeder, zei hij, het geeft niet, maar het is geen wijn. – Geen wijn? vroeg ze, zich omdraaiend. Die man zegt: “Appel-bessen, vruchtenwijn. Wijn, zegt die man. – Ja, dacht Frits, die man zegt: Appel-bessen, wijn. Het is trouwens Bessen-appel. O zie ons. Grijp in.”
[….]
“Ze zwegen. Frits sloeg de tweede pagina van de krant op en bekeek het radioprogramma in de linker benedenhoek. Nee, zei hij, er is niets vanavond.
– Laat mij eens lezen, zei ze. Hij reikte haar de krant aan. Waarom het in zulke kleine lettertjes moet staan, dat begrijp ik niet, zei ze, hem weer neerleggend. – Straks, als ik mijn andere bril op heb. Opnieuw ontstond er een zwijgen. Alle drie namen ze van de oliebollen en aten voort.
De muziek hield op. – Hier is Hilversum Een, de Vara, zei de omroeper. Dit is het einde van ons programma van vandaag. We gaan sluiten en komen terug morgenochtend om zeven uur, over Hilversum Twee. Tot morgen luisteraars. Een genoeglijke avond en – om twaalf uur hoort u me niet, dus ik zeg het nu maar – een gelukkig nieuwjaar. De luidspreker gaf een licht klikgeluid en zoemde daarna zacht. – Hier is Hilversum Een, de Ensejervee, zei een andere stem. Goedenavond, waarde luisteraars. Wij verbinden u met de kerk van de Opnieuw Gevormde Gemeente te Den Haag. Voorganger is dominee K.W. Twijgzang.
Het toestel ruiste even. Een ogenblik was geen enkel gerucht te horen. Daarop klonk een knappend geluid en opeens dreunde het psalmgezang van een volle, kerk door de kamer. – Ik schrik me een beroerte, zei mijn moeder. – Laten we daar even een eind aan maken, zei zijn vader. – Ik vind het heerlijk om te horen, zei Frits, je komt er van in een goede stemming, vind ik.”

Stilistisch perfect. Onvergetelijke fragmenten. Bij ons thuis werd in die eerste naoorlogse jaren de radio op oudejaarsavond uitsluitend ingeschakeld om – bijna eerbiedig – naar de toespraak van NCRV-voorzitter mr. A.B. Roosjen te luisteren. Een anekdote bewaar ik voor later.

Uit Remco Camperts herdenking van Gerard Reve in de Volkskrant (10-04-06):
“Zondag hoorde ik het bericht van de dood van Gerard Kornelis van het Reve . De radio citeerde het slot van De Avonden: ‘ “Het is gezien”, mompelde hij, “het is niet onopgemerkt gebleven.” Hij strekte zich uit en viel in een diepe slaap.’ Ik herinner me hoe een jonge, naoorlogse generatie zich in de winter van 1947 herkende in dat boek, in de toon ervan, in het verdriet over de onvolkomenheid van de mens en in de onontkoombare humor. Hele lappen tekst kenden we uit ons hoofd. Zijn binnenkomst in ons leven is altijd blijven nazinderen. Hij droeg bij aan wie we werden.”

Categorieën:Overdenkingen