Ter overdenking 348

Majesteitelijk jargon
Met de troonrede wil het maar niet vlotten. Was het vroeger de in veel te lange zinnen verpakte woordenbrij die het luisteren naar de vorstin bemoeilijkte, dit jaar was het vooral de voorspelbaarheid van de boodschap die slaapverwekkend werkte. Nu heeft een troonrede natuurlijk per definitie een hoog gaapgehalte. Want iedere minister mag een paar dooddoeners aanleveren, wat tot wanstaltig proza leidt. Maar voorlopig denkt de ambtelijke top er kennelijk niet over de materie te verlevendigen door een bekwame speechschrijver in te schakelen.
In Trouw (19-09-09) wees Jaap de Berg op de kromme beeldspraak die het staatshoofd in de mond wordt gelegd: onzekerheden ombuigen naar herstel. Waarom gesproken over fundamentele heroverwegingen voorbereiden als in feite drastische bezuinigingen en andere ingrepen worden bedoeld?
Wat hebben we aan het vage voornemen maatschappelijke weerbaarheid te bevorderen doormeer ruimte te geven aan burgers? Worden we geacht inspiratie te putten uit de inhoudsloze frase dat versnelling van procedures voor infrastructurele projecten [….] een basis biedt voor meer dynamiek in de economie? Een primitieve veronderstelling, want op alle fronten blijft het waden door de stroop.

– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –

Brabbeltaal in het sterrenrestaurant
Het doorlezen van de troonrede bracht mij op de taalvondsten van omni-kunstenaar Wim T. Schippers. Een selectie daaruit werd in 2000 bijeengebracht in het boekje Verdomd interessant, maar gaat u verder, verschenen bij de SDU. Ik citeer hierna de restaurantscène die Schippers schreef voor Jan Vos en Etna Vesuvia wanneer ze de menukaart raadplegen:
Verloofde: (leest) ‘Geborneerde pap. Rika-salade, met verbrijzelde voetnoten. Huisgemaakte bullebakjes met opgeklopt vuns, in een bedje van gestoomde klitwortel. Opgehoogd met Javaans woestijnzult. (kijkt Etna aan) Nou jij weer.’
Etna: (leest) ‘In garstig ganzevet gebakken moten gordeldier, in een krans van in brul-apenbouillon verdronken doodshoofdvlinders, afgeblust met een rinse mousse van nuchtere kalfshersenspinsels.’
[…]
Verloofde: ‘Of ik al een keus heb kunnen maken? Eh, eerlijk gezegd aarzel ik nog tussen de gevulde hondekop, afgemaakt met een eind touw, en eh..de groen uitgeslagen watertanden in de rand van gekneusde kameleonballetjes en sliertjes geplette maanvissluier.’
Etna: ‘Ik hou het op de Abessijnse stoofschotel van Nieuwzeeuws vogelbekdier, opgezadeld met paardekastanje-mousse, met een garnituur van in galpannekoekjes gewikkelde Drentse boter-augurkjes. Maar ik begin met de edelherteneierstokkensoep. Of nee, doe maar gewoon dat Kantonese vogelnestje met Osdorps kattebraaksel.’
Verloofde: ‘…’(geeft over)

– – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – – –

Categorieën:Overdenkingen