Ter overdenking 351

Wordt-ie-het of wordt-ie-het niet
Het lijkt me niet uitgesloten dat Balkenende best een aardige man is. Van andere orde is de vraag of hij een geschikte minister-president is. Wat iedere keer opvalt als de premier iets gaat zeggen dat niet op papier staat, is het plichtmatig formuleren van waarheden als koeien die door anderen overtuigender zijn verwoord. Zijn succesvolle strategie – ik citeer Peter Middendorp op de omslag van zijn boek De lachende derde – bestaat uit afwachten, afzijdig blijven en de buit binnenhalen als anderen hun ruzies hebben uitgevochten. Jan Peter Balkenende staat inderdaad altijd overal bij te lachen en voorlopig is het lachen hem nog niet vergaan. Ook de ‘nietserigheid’ van Balkenende, het soms ‘briljant afwezig zijn’ (Eric Vrijsen, Elsevier) roept weerstand op. Dat geldt ook voor de vele blijken van zijn permanent aanwezige taalarmoede, zijn onvermogen om afstand te nemen van het Binnenhofjargon (“zoals ik in de richting van de heer….heb aangegeven”) en zijn wereldvreemdheid.
Als demonstratie van dit laatste brengt Peter Middendorp een aflevering van Pauw en Witteman van 18 oktober 2006 in herinnering, waarin Adriaan van Dis aan tafel zat met de premier die zijn boek Aan de kiezer mocht promoten. Balkenende vertelde dat zijn dochter van zeven het verschil al kende tussen ‘parlement’en ‘regering’, toen Van Dis plotseling vroeg: ‘Scháámt ze zich wel eens voor u? Middendorp schrijft dan:

Er trad een pijnlijke stilte in.
‘Dit is een heel gewone vraag’, zei Van Dis, ‘Kinderen schamen zich altijd voor hun ouders. Als ze raar doen…als moeder een rare jurk aan heeft.’
‘Hoe eh…’zei Balkenende. ‘Hoe komt u bij deze vraag?’
Van Dis: ‘Dat komt gewoon in me op. Omdat je als kind wilt dat, als je wordt opgehaald van school…dat je dan normale ouders hebt…’
‘Kinderen van zeven’, zei Balkenende, ‘zijn natuurlijk niet bezig met van: wat is het beleid. Dat is onzin.Amelie en ik kunnen ontzettend goed met elkaar opschieten.’
‘Ik bedoel het gewoon uit de kinderwereld,’ zei Van Dis. ‘Dat je moeder een rare jurk aanheeft…’
Balkenende: ‘Als je het nou hebt over een contact, een liefdesband tussen vader en kind, die heel innig is, dan verbaast het me dat u zegt: schaamt ze zich voor u.’
‘Dat is nou precies wat ook over uw boek hangt,’ kreeg Van Dis er genoeg van. ‘Ik heb het met belangstelling gelezen, maar het is van een …blijheid ….van een gedémpte blijheid. […] Maar als die gedempte blijheid maar doorgaat, krijg je zin in een por, in iets van een boosheid.’
‘Als je het hebt over boosheid’, zei Balkenende. ‘Die voel ik ook. Wat mij nou het meest verdriet […] zijn contacten met nabestaanden van slachtoffers van zinloos geweld […]. Maar als je een boek schrijft van: hoe kijk je tegen Nederland aan, dan past daar wel een houding bij van: positivisme, je doet het voor de toekomst van het land.’ Einde citaat.
(Ik heb deze aflevering van P&W nog op dvd en maak de kanttekening dat die avond ook Ali B. aan tafel zat die tegenover Balkenende schofferend optrad. Pauw en Witteman lieten dit passeren, maar hebben naar verluidt later hun excuses aan de premier aangeboden)

Zal roerganger Balkenende de overstap naar Brussel aangeboden krijgen? Zijn concurrenten lijken vooral in België en Luxemburg te zijn gesitueerd. De Belgische minister De Gucht omschreef hem destijds als “een mix van Harry Potter en stijfburgerlijkheid, een man in wie ik geen spoor van charisma kan ontdekken”. Hoe dit ook loopt, JP kan op een glanzende carrière terugzien: lid van de christelijke fractie in de gemeenteraad van Amstelveen, werkzaam bij het Wetenschappelijk Instituut van het Christen Democratisch Appèl, bekleedde functies bij de NCRV en de christelijke vakbeweging en werd in 1993 aan de VU benoemd tot parttime hoogleraar christelijk denken. Inmiddels is hij politiek leider van een christelijke coalitie, die hij christelijke handen en christelijke voeten probeert te geven. Misschien doet hij er verstandig aan wat vaker parttime christelijk te gaan denken.

 

Categorieën:Overdenkingen