Ter overdenking 353

Maarten van Rossems bevrijdende humor
Wat een boekestijntje is weet zo langzamerhand iedereen wel en anders houdt Arend Jan zelf ons wel bij de les. Want hardleers is deze onhandige politicus als geen ander. Zoals Maarten van Rossem het ongeveer uitdrukte: “Geef Arend Jan een mesje, vraag hem een aardappel te schillen en hij wordt kort daarop met een slagaderlijke bloeding op de intensive care opgenomen.”
Graag was ik aanwezig geweest bij de lezing die Van Rossem 12 november in de bibliotheek van Nootdorp gaf, maar de aankondiging in het huis-aan-huisblad van Pijnacker-Nootdorp, is mij ontgaan. Het verslag van de bijeenkomst maakte overigens veel goed. “Als je ergens te laat wilt komen, moet je de trein nemen”, begon de spreker zijn verhaal en daarmee was de toon gezet voor een relativerend betoog, gelardeerd met droge humor. Eerst wilde Van Rossem van de toehoorders weten of er nog gelezen wordt in Nootdorp. “Wie heeft er de laatste vijf jaar een boek gelezen?” Er gingen wat vingers omhoog. “Nou, dat valt niet tegen. Maar wat dan?” De donkere kamer van Damocles van W.F. Hermans (“een beroepschagrijn”), de Avonden van Gerard van het Reve (“daar is bijna geen doorkomen aan”) waren titels die genoemd werden. Mulisch (“heeft een levende karikatuur van zichzelf gemaakt”) bleek geen aanhangers onder de aanwezigen te hebben..
“Mannen lezen over het algemeen alleen de ondertiteling van de tv nog. Vrouwen lezen veel meer dan mannen. Ik geef mannen ook geen boek meer voor hun verjaardag, want als je een jaar later vraagt hoe ze het vonden zeggen ze: het ligt op mijn nachtkastje, maar ik ga er snel aan beginnen. Ik geef ze tegenwoordig een flesje wijn. Dat staat er een jaar later in elk geval niet meer. […] We zouden eigenlijk het kiesrecht voor mannen moeten afschaffen. Komt er misschien ook een eind aan de traditie dat mislukte politici commissaris van de koningin in Drenthe worden. Hoe meer mannen aan de leiding, hoe meer narigheid. Tussen hun 15e en 32e zijn ze het lastigst, daarna gaan ze naar het schaatsen zitten kijken.”
Nog een fragment uit het verslag: “Oh ja, de islamieten, daar moeten we het ook nog over hebben […] Ik heb niets tegen islamitische mensen, al planten ze zich wel snel voort. […]”
Plotseling maakt de luidspreker wat krakende geluiden, Maarten van Rossem kijkt er even naar en stelt dan vast: “Ik denk dat de islamieten vanuit Pijnacker-Nootdorp nu naderen, we gaan maar snel pauzeren.”

Categorieën:Overdenkingen